Inhoudsopgave

    Kraambed

    De eerste 10 dagen na de bevalling noemen we het kraambed. Je brengt de eerste dagen ook zoveel mogelijk tijd in bed door om te herstellen van de bevallingn, vandaar de naam kraambed. Rust is essentieel voor jouw herstel én voor je baby. Neem de tijd om te wennen aan het ouderschap en overvraag jezelf niet. Een handig ritme om aan te houden: blijf in de eerste week veel ín bed, de tweede week óp bed (of de bank), en de derde week rond je bed of in huis.

    De kraamtijd draait om herstellen, je baby leren kennen en een nieuw ritme vinden. Dit zijn de eerste 6 weken na de bevalling. Dit kost energie, en voldoende rust helpt je hierbij. De kraamverzorgster is aanwezig tot 8 dagen na de bevalling en dit kan door medische redenen verlengd worden tot dag 10. Per dag is de kraamverzorgster 3-8 uur aanwezig, afhankelijk van de beschikbaarheid en jullie wensen en behoeften. Waar voor de één de voedingsmomenten al soepel verlopen, heeft de ander daar meer oefentijd voor nodig. Zo stemmen we samen af wat er nodig is. 

    Voorbereiding kraambed

    Voorbereiden op het kraambed is minstens zo belangrijk als voorbereiden op de bevalling. Misschien zelfs wel meer! Veel mensen ervaren de eerste dagen als overweldigend en geven ook vaak aan dat ze zich hier beter op hadden willen voorbereiden. Je zou hiervoor een kraamplan kunnen maken samen met je partner. Daarin wordt beschreven wie je zou kunnen helpen met koken, het huishouden en andere taken. Je maakt dit plan vooral voor jezelf, om op een rijtje te krijgen wat je fijn en handig lijkt en wat je alvast kan regelen. Zo kan jij je aandacht tijdens de kraamtijd zoveel mogelijk richten op jezelf en je baby.  Hieronder vind je 2 handige informatie bladen om al eens goed door te nemen en bij de hand te hebben in het kraambed:

    Daarnaast kun je je voorbereiden door wat praktische filmpjes te bekijken over: 

    Veel praktische informatie is gemaakt door de Verlosmoeder en haar filmpjes op youtube!

    Taken kraamzorg

    De kraamverzorgster is er in de eerste plaats om het welzijn van moeder en kind te waarborgen. De kraamverzorgende controleert en observeert de lichamelijke conditie van zowel moeder als kind en stelt samen met jullie een dagplanning op. Deze planning richt zich voornamelijk op de voedingsmomenten en heeft als doel om rust en overzicht te creëren. Zij verzorgt moeder en kind, geeft informatie en instructies m.b.t. het herstel van de moeder en informatie over de verzorging en ontwikkeling van de baby. Daarnaast heeft zij oog voor zowel de lichamelijke als emotionele conditie van het gezin en overlegt zij waar nodig met ons als jullie verloskundigen of met de JGZ (Jeugdgezondheidszorg) wanneer het kraambed afgesloten wordt. Zij zullen uiteindelijk de groei en ontwikkeling van jullie kind tot de leeftijd van 4 jaar blijven vervolgen op het consultatieburea.

    Een goed voedingsbeleid vinden wij essentieel. Meer hierover lees je op de pagina voeding. Daarnaast speelt hygiëne een belangrijke rol. De kraamverzorgende zorgt voor een schone omgeving op de plekken waar moeder en kind verblijven. Let op: overige huishoudelijke taken vallen niet binnen het takenpakket van de kraamzorg. 

    Tijdens de kraamweek zal de kraamverzorgende ook tijd besteden aan administratie. Wij werken met het webbased dossier Atermes, waarin alle bevindingen en uitgevoerde taken worden vastgelegd. Ook jullie krijgen toegang tot dit dossier. Hoewel de zorg altijd voorop staat, is een deel van de administratie verplicht vanuit de zorgverzekering. We doen er alles aan om dit proces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

    Verloskundige

    De verloskundige komt minimaal 3 keer langs in het kraambed. Dit is meestal fysiek maar op verzoek kan dat ook telefonisch. Tijdens dit bezoek hoort ze van jullie en de kraamzorg hoe het gaat en geeft zij eventuele aanvulling op jullie plan voor de dag en tips en adviezen. Daarnaast is ze vooral een luisterend oor en medisch verantwoordelijk voor moeder en kind. Tijdens het kraambed kun je, net als in de zwangerschap, de verloskundige bellen voor hulp en advies.

    Partners

    Als partner is deze week natuurlijk net zo overweldigend. Ook jij hebt een bevalervaring te verwerken en moet wennen aan het ouderschap met een totaal nieuw dagritme. Als partner ben je voornamelijk veel fysieke handelingen aan het doen die je partner even niet kan, dus de baby verzorgen op de commode, kruiken warm maken, eten klaarmaken, helpen bij het aanleggen van de baby aan de borst of het maken van een flesje. Om dit vol te houden is slaap nodig, pak dit dus wanneer je het maar pakken kunt!

    Aandachtspunten, goed om te weten

    • De eerste dag ben je vaak nog wat high van de bevalling en ontmoeting met jullie kind. Het is normaal dat op dag 3-4 deze high daalt en je een dipje
      ervaart. Dit kan zowel fysiek als mentaal zijn. Dit uit zich vaak in kraamtranen, ook wel babyblues genoemd.
    • Op dag 4 hebben de meeste vrouwen last van stuwing in hun borsten. Ook als je geen borstvoeding geeft! Tips hiervoor zijn koude koolbladeren op de borsten leggen, paracetamol slikken en een stevige sport BH dragen. De stuwing verdwijnt vanzelf na 24-48uur.
    • De kans is zeker aanwezig dat je hechtingen hebt en zwelling bij je perineum en vagina. Vaak gaat dit aan het einde van de week al een stuk beter. Appelstroop in een zakje invriezen is het perfecte mini koelcompress voor op deze plek! Daarnaast is het goed om met elke toiletgang te spoelen met schoon water en het vaak te laten luchten (dus onderbroek uit). En nee, op zwembandjes zitten is verleden tijd!!
    • Alle kinderen vallen de eerste dagen af in gewicht. De natuur heeft een extra energievoorraad voor de eerste dagen die dan aangesproken zal worden, namelijk speciaal babyvet (het bruine vet). Zo is er even tijd om te leren drinken. Als een kindje 7% is afgevallen kijken we of het voedingsbeleid passend is, of dat er extra voedingsmomenten nodig zijn om de productie van de moedermelk te stimuleren. We willen voorkomen dat een kindje meer dan 10% afvalt.
    • De poep van een baby gaat een regenboog van kleuren door in de eerste week. Van dik en zwart, via groen, bruin, naar mosterd geel en aan het einde van de eerste week dunne gele spuitpoep. Bescherm de muren dus goed als je een luier verschoont, het heet niet voor niets spuitpoep!
    • Plassen doet een baby steeds vaker, op dag één is één plas voldoende en dan elke dag eentje meer. Zoveel volle luiers zul je de eerste dagen dus nog niet hebben. Na een week plast een baby gemiddeld 6 keer per dag.
    • De meeste kinderen krijgen een wat gele huidskleur in de loop van de dagen, met een piek op dag 4. Die gele kleur komt van het bilirubine, een afval product van de rode bloedcel. Aangezien een baby na geboorte al zijn bloed ververst komt er veel bilirubine vrij! Als een baby te geel wordt en/of ook suf en slaperig, dan is het nodig om bloed te prikken. Als het bilirubine te hoog is, is lichttherapie in het ziekenhuis nodig.